Keti Koti is meer dan een datum: het is een herinnering die voortleeft in familieverhalen, stoffen, eten en taal. Lees wat 1863 veranderde, hoe de dag nu wordt beleefd en hoe gezinnen er respectvol over leren.

Keti Koti is gemakkelijk terug te brengen tot een datum: 1 juli. Voor veel nazaten van tot slaaf gemaakten is het eerder een rode draad door de familie, te vinden in verhalen aan tafel, in zorgvuldig gedragen stoffen en in gerechten die worden bereid zoals oma dat deed. Dit artikel volgt die draad van 1863 tot vandaag.
Op 1 juli 1863 werd de slavernij wettelijk afgeschaft in Suriname en in het hele Nederlands Caribisch gebied, waaronder Curaçao, Bonaire, Aruba, Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba. Alleen in Suriname ging het om tienduizenden tot slaaf gemaakten. De wet reserveerde een vergoeding voor de slavenhouders, terwijl de mensen die tot slaaf waren gemaakt niets kregen voor de arbeid die hun was afgenomen. Ook was de vrijheid geen geschenk. Tot slaaf gemaakten verzetten zich al generaties lang: ze vluchtten, bouwden marrongemeenschappen op, kwamen in opstand en bewaarden taal, muziek en geloof in het dagelijks leven. Veel nazaten beginnen daar, bij eigen kracht en volharding en niet bij een datum in een wetstekst.
In Suriname maakte de afschaffing niet van de ene dag op de andere een einde aan gedwongen arbeid. Onder het stelsel van staatstoezicht moesten voormalig tot slaaf gemaakten arbeidscontracten aangaan en nog tien jaar blijven werken, meestal op de plantages. De lonen waren laag, de bewegingsvrijheid was beperkt en wie weigerde te werken, kon worden gestraft. Het stelsel liep tot 1 juli 1873. Veel families zien die jaren als een tijd waarin vrijheid wel in de wet stond, maar in het dagelijks leven nog moest worden bevochten. Zegt een oudere dat echte vrijheid pas in 1873 kwam? Dan is dat een standpunt om naar te luisteren, niet om recht te zetten.
In december 2022 bood de Nederlandse regering formeel excuses aan voor de rol van Nederland in de slavernij. Op 1 juli 2023 herhaalde de koning die excuses in het Oosterpark. Daarmee begon een herdenkingsjaar tot 1 juli 2024, met tentoonstellingen, educatieve projecten en publieke bijeenkomsten. De reacties waren divers en verdienen het ook zo te worden gehoord. Veel nazaten vonden de erkenning al lang uitgebleven. Anderen zeiden dat excuses een begin zijn en geen einde, en vroegen naar onderwijs, vertegenwoordiging en herstel. Geen enkele stem spreekt namens iedereen.
Veel Surinaamse vrouwen dragen de koto, een traditionele jurk met meerdere lagen, samen met een angisa, een gevouwen hoofddoek waarvan de vouwen een boodschap kunnen bevatten voor wie ze kan lezen. Omdat zulke kleding geschiedenis draagt, wordt ze het best gedragen door mensen die bij de traditie horen of zijn uitgenodigd om haar te delen.
Bojo is een vochtige, compacte cake van geraspte cassave en kokos, vaak gebakken voor bijeenkomsten. Pom, een ovengerecht van geraspte knol met kip en citrus, is een feestelijke favoriet. Daarnaast staan vaak kruidendrankjes en bitters van wortels, bladeren en specerijen. Recepten verschillen per huishouden, en de beste leermeester is iemand die ze zelf maakt.
Keti Koti komt uit het Sranantongo, de veelgesproken omgangstaal van Suriname: keti betekent ketting en koti betekent snijden. In het Nederlands zeggen historici en docenten tegenwoordig tot slaaf gemaakten in plaats van slaven, zodat duidelijk blijft dat dit mensen is aangedaan. Een warme openingszin in het Sranantongo is Fa waka?, ongeveer ‘hoe gaat het met je?’
Keti Koti leeft omdat mensen het blijven vertellen. Door naar nazaten te luisteren en in hun tempo te leren, kunnen gezinnen als respectvolle luisteraars deel van dat verhaal worden.